3 - Telefon

 0    76 schede    bartoszkowalewski90
Scarica mp3 Stampa Gioca Testa il tuo livello
 
Domanda Risposta
Met wie ___ ik?
Z kim rozmawiam?
inizia ad imparare
Met wie spreek ik?
U spreekt met Lisa. | Met Jan de Vries.
spreek
___ ik met Lisa?
Czy rozmawiam z Lisą?
inizia ad imparare
Spreek ik met Lisa?
Ja, daar spreekt u mee. | Nee, u heeft een verkeerd nummer.
Spreek
Mag ik vragen wie er ___?
Czy mogę zapytać, kto dzwoni?
inizia ad imparare
Mag ik vragen wie er belt?
Met Bram, ik bel over mijn afspraak. | Met Eva Jansen. Ik bel namens mijn moeder.
belt
Wie heb ik aan de ___?
Kogo mam przy telefonie?
inizia ad imparare
Wie heb ik aan de lijn?
Met Tom. Wie spreekt er? | Met de receptie van de praktijk.
lijn
Ik bel ___ mijn afspraak.
Dzwonię w sprawie mojej wizyty.
inizia ad imparare
Ik bel over mijn afspraak.
Wat wilt u over uw afspraak weten? | Daarvoor moet ik u met de receptie verbinden.
over
Ik had even een ___ over mijn bestelling.
Mam krótkie pytanie dotyczące zamówienia.
inizia ad imparare
Ik had even een vraag over mijn bestelling.
Natuurlijk, wat is uw bestelnummer? | Daarvoor kunt u beter onze klantenservice bellen.
vraag
Zegt u het ___.
Słucham, proszę mówić.
inizia ad imparare
Zegt u het maar.
Ik wil weten of mijn bestelling al binnen is. | Ik heb een probleem met mijn rekening.
maar
Waarmee kan ik u ___?
W czym mogę panu pomóc?
inizia ad imparare
Waarmee kan ik u helpen?
Ik heb een vraag over mijn verzekering. | Ik wil graag weten of mijn afspraak doorgaat.
helpen
Heeft u even ___?
Czy ma pan chwilę?
inizia ad imparare
Heeft u even tijd?
Ja hoor, zeg het maar. | Nee, nu even niet. Kunt u later bellen?
tijd
Komt het ___ dat ik bel?
Czy dzwonię w dobrym momencie?
inizia ad imparare
Komt het gelegen dat ik bel?
Ja hoor, u belt op een goed moment. | Nee, kunt u over een uur terugbellen?
gelegen
Bel ik op een ___ moment?
Czy dzwonię w nieodpowiednim momencie?
inizia ad imparare
Bel ik op een ongelegen moment?
Ja, ik zit in een vergadering. Kunt u later bellen? | Nee hoor, u stoort niet.
ongelegen
Kan ik u straks even ___?
Czy mogę oddzwonić za chwilę?
inizia ad imparare
Kan ik u straks even terugbellen?
Ja, dat is prima. | Nee, ik ben straks niet bereikbaar. Kan het morgen?
terugbellen
Wanneer kan ik u het beste ___?
Kiedy najlepiej mogę się z panem skontaktować?
inizia ad imparare
Wanneer kan ik u het beste bereiken?
Morgenochtend ben ik bereikbaar. | Vandaag lukt niet. Belt u morgen na drie uur maar.
bereiken
Heeft u later vandaag nog even ___?
Czy będzie pan miał dziś później chwilę?
inizia ad imparare
Heeft u later vandaag nog even tijd?
Ja, na drie uur kan het. | Nee, ik ben de rest van de dag bezet.
tijd
Zou morgen beter ___?
Czy jutro byłoby dogodniej?
inizia ad imparare
Zou morgen beter uitkomen?
Ja, morgen komt beter uit. | Nee, morgen ben ik de hele dag bezet.
uitkomen
Ik stuur u straks wel een ___.
Wyślę panu później wiadomość.
inizia ad imparare
Ik stuur u straks wel een berichtje.
Prima, ik lees het straks. | Kunt u het liever per mail sturen?
berichtje
Ik heb uw oproep ___.
Przegapiłem pana telefon.
inizia ad imparare
Ik heb uw oproep gemist.
Geen probleem, fijn dat u terugbelt. | Ik heb u niet gebeld. Misschien was het iemand anders.
gemist
Sorry dat ik niet ___.
Przepraszam, że nie odebrałem.
inizia ad imparare
Sorry dat ik niet opnam.
Geeft niet, we kunnen nu praten. | Ik heb nu helaas geen tijd meer. Kunt u later terugbellen?
opnam
Zal ik u morgen weer ___?
Czy mam zadzwonić ponownie jutro?
inizia ad imparare
Zal ik u morgen weer bellen?
Ja, graag in de ochtend. | Nee, morgen ben ik niet bereikbaar.
bellen
Kan ik met de ___ spreken?
Czy mogę rozmawiać z recepcjonistką?
inizia ad imparare
Kan ik met de receptioniste spreken?
Ja, ik zal haar voor u roepen. | Nee, zij is vandaag afwezig.
receptioniste
Zou ik mevrouw De Vries mogen ___?
Czy mogę rozmawiać z panią De Vries?
inizia ad imparare
Zou ik mevrouw De Vries mogen spreken?
Ja, één moment, alstublieft. | Nee, ze is momenteel in gesprek.
spreken
Een ogenblikje, alstublieft. Ik ___ u door.
Chwileczkę, już pana przełączam.
inizia ad imparare
Een ogenblikje, alstublieft. Ik verbind u door.
Dank u, ik blijf aan de lijn. | Kunt u me eerst het directe nummer geven?
verbind
Wilt u even aan de lijn ___?
Czy może pan zostać chwilę na linii?
inizia ad imparare
Wilt u even aan de lijn blijven?
Ja hoor, ik wacht wel. | Dat lukt nu niet. Kan ik later terugbellen?
blijven
Ik zet u even in de ___.
Proszę chwilę poczekać na linii.
inizia ad imparare
Ik zet u even in de wacht.
Prima, ik wacht even. | Ik heb weinig tijd. Kunt u mij liever terugbellen?
wacht
Hij is op dit moment niet ___.
Nie ma go teraz na miejscu.
inizia ad imparare
Hij is op dit moment niet aanwezig.
Wanneer kan ik hem het beste bellen? | Wilt u vragen of hij contact met me opneemt?
aanwezig
Hij is op dit moment in ___.
On właśnie rozmawia przez telefon.
inizia ad imparare
Hij is op dit moment in gesprek.
Dan probeer ik het later nog eens. | Kunt u vragen of hij mij terugbelt?
gesprek
Kunt u mij met de juiste afdeling ___?
Czy może mnie pan połączyć z odpowiednim działem?
inizia ad imparare
Kunt u mij met de juiste afdeling doorverbinden?
Ja hoor, een momentje. | Nee, die afdeling is nu gesloten.
doorverbinden
U bent bij de verkeerde afdeling ___.
Dodzwonił się pan do niewłaściwego działu.
inizia ad imparare
U bent bij de verkeerde afdeling terechtgekomen.
Met welke afdeling moet ik dan spreken? | Kunt u me het juiste nummer geven?
terechtgekomen
Waar gaat het precies ___?
Czego dokładnie dotyczy sprawa?
inizia ad imparare
Waar gaat het precies over?
Het gaat over mijn verzekering. | Ik bel omdat mijn bestelling niet is bezorgd.
over
Sorry, ik heb u niet goed ___.
Przepraszam, nie dosłyszałem pana.
inizia ad imparare
Sorry, ik heb u niet goed verstaan.
Ik zei dat uw afspraak morgen is. | Ik herhaal het even wat langzamer.
verstaan
Kunt u dat nog een keer ___?
Czy może pan to powtórzyć?
inizia ad imparare
Kunt u dat nog een keer herhalen?
Ja hoor, de afspraak is dinsdag om tien uur. | Een ogenblik, ik pak de gegevens er weer bij.
herhalen
Kunt u iets langzamer ___?
Czy może pan mówić trochę wolniej?
inizia ad imparare
Kunt u iets langzamer praten?
Ja hoor, ik zal wat rustiger praten. | Ik kan u ook een bericht sturen. Is dat makkelijker?
praten
De verbinding is nogal ___.
Połączenie jest dość słabe.
inizia ad imparare
De verbinding is nogal slecht.
Ik ga even ergens anders staan. | Zal ik ophangen en u opnieuw bellen?
slecht
U valt steeds ___.
Głos pana co chwilę zanika.
inizia ad imparare
U valt steeds weg.
Ik probeer een plek met beter bereik te vinden. | Dan bellen we opnieuw, dat helpt misschien.
weg
Ik kan u bijna niet ___.
Prawie pana nie słyszę.
inizia ad imparare
Ik kan u bijna niet horen.
Ik zal iets harder praten. | Dan probeer ik het met een andere telefoon.
horen
Hoort u me nu ___?
Czy teraz lepiej mnie pan słyszy?
inizia ad imparare
Hoort u me nu beter?
Ja, veel beter. | Nee, u valt nog steeds weg.
beter
De lijn werd ineens ___.
Nagle rozłączyło połączenie.
inizia ad imparare
De lijn werd ineens verbroken.
Dat geeft niet, we gaan gewoon verder. | Ja, de verbinding is nog steeds slecht.
verbroken
Wat zei u ___?
Co dokładnie pan powiedział?
inizia ad imparare
Wat zei u precies?
Ik zei dat het morgen kan. | Ik vroeg of u het nummer wilde herhalen.
precies
Kunt u dat misschien anders ___?
Czy może pan wyjaśnić to inaczej?
inizia ad imparare
Kunt u dat misschien anders uitleggen?
Ja, natuurlijk. Ik leg het stap voor stap uit. | Dat kan mijn collega beter uitleggen. Ik verbind u even door.
uitleggen
Ik spreek nog niet ___ Nederlands.
Nie mówię jeszcze płynnie po niderlandzku.
inizia ad imparare
Ik spreek nog niet vloeiend Nederlands.
Geen probleem, ik praat wat langzamer. | Zal ik de informatie voor u opschrijven?
vloeiend
Kunt u dat even ___?
Czy może pan to przeliterować?
inizia ad imparare
Kunt u dat even spellen?
Ja, mijn naam is Smit: S, M, I, T. | Ik stuur het liever per bericht, dan heeft u het meteen op schrift.
spellen
Is dat met één of ___ n's?
Czy to przez jedno „n” czy przez dwa?
inizia ad imparare
Is dat met één of twee n's?
Met één n. | Met twee n's.
twee
Bedoelt u deze ___?
Czy ma pan na myśli ten piątek?
inizia ad imparare
Bedoelt u deze vrijdag?
Ja, deze vrijdag. | Nee, volgende week vrijdag.
vrijdag
Mag ik uw naam even ___?
Czy mogę zapisać pana nazwisko?
inizia ad imparare
Mag ik uw naam even noteren?
Ja, natuurlijk. Mijn naam is Nowak. | Liever niet, ik stel alleen een algemene vraag.
noteren
Op welke naam staat de ___?
Na jakie nazwisko jest umówiona wizyta?
inizia ad imparare
Op welke naam staat de afspraak?
Op naam van Nowak. | Volgens mij staat hij op naam van mijn partner.
afspraak
Wat is uw ___?
Jaki jest pana numer telefonu?
inizia ad imparare
Wat is uw telefoonnummer?
Kunt u het nummer zien waarmee ik bel? Dat is mijn mobiele nummer. | Ik zoek het even op. Ik ken het niet uit mijn hoofd.
telefoonnummer
Kunt u het nummer even ___?
Czy może pan powtórzyć numer?
inizia ad imparare
Kunt u het nummer even herhalen?
Ja, ik lees het nog een keer voor. | Een momentje, ik zoek het even op.
herhalen
Wilt u uw e-mailadres even ___?
Czy może pan podać adres e-mail?
inizia ad imparare
Wilt u uw e-mailadres even doorgeven?
Ja hoor, ik zal het voor u spellen. | Liever niet. Kunt u me telefonisch bereiken?
doorgeven
Ik schrijf het even ___.
Już sobie to zapiszę.
inizia ad imparare
Ik schrijf het even op.
Natuurlijk, neemt u gerust de tijd. | Ik kan het ook even mailen, dat is misschien makkelijker.
op
Ik zoek het er even ___.
Już sprawdzę to w dokumentach/systemie.
inizia ad imparare
Ik zoek het er even bij.
Goed, ik wacht wel even. | Duurt dat lang? Dan bel ik liever later terug.
bij
Ik ga het meteen even ___.
Już to od razu sprawdzę.
inizia ad imparare
Ik ga het meteen even nakijken.
Fijn, dank u wel. | Kunt u me terugbellen zodra u meer weet?
nakijken
Ik stuur u een bevestiging per ___.
Wyślę panu potwierdzenie mailem.
inizia ad imparare
Ik stuur u een bevestiging per mail.
Prima, dat is handig. | Ik heb geen e-mail. Kunt u een sms sturen?
mail
Heeft u de bevestiging al ___?
Czy otrzymał pan już potwierdzenie?
inizia ad imparare
Heeft u de bevestiging al ontvangen?
Ja, ik zie hem in mijn mailbox. | Nee, ik heb nog niets ontvangen.
ontvangen
Volgens mij is er iets ___.
Chyba coś poszło nie tak.
inizia ad imparare
Volgens mij is er iets misgegaan.
Ik controleer meteen wat er is gebeurd. | Wat is er precies misgegaan?
misgegaan
Is dat zo ___?
Czy to jest jasne?
inizia ad imparare
Is dat zo duidelijk?
Ja, helemaal. Dank u wel. | Nee, kunt u het nog eens uitleggen?
duidelijk
Ik wil graag een afspraak ___.
Chciałbym umówić wizytę.
inizia ad imparare
Ik wil graag een afspraak maken.
Natuurlijk. Waarvoor wilt u langskomen? | Op dit moment zijn er geen afspraken beschikbaar.
maken
Heeft u deze week nog een ___?
Czy mają państwo jeszcze wolny termin w tym tygodniu?
inizia ad imparare
Heeft u deze week nog een plekje?
Ja, donderdagmiddag is er nog plek. | Nee, deze week zit alles vol.
plekje
Is er ook iets ___ mogelijk?
Czy da się też wcześniej?
inizia ad imparare
Is er ook iets eerder mogelijk?
Ja, woensdag om tien uur kan nog. | Nee, dit is de eerste vrije afspraak.
eerder
Kunt u de afspraak ___?
Czy może pan przełożyć wizytę?
inizia ad imparare
Kunt u de afspraak verzetten?
Ja, naar welke dag wilt u de afspraak verzetten? | Nee, er is op dit moment geen ander tijdstip vrij.
verzetten
Ik moet mijn afspraak helaas ___.
Niestety muszę odwołać moją wizytę.
inizia ad imparare
Ik moet mijn afspraak helaas afzeggen.
Dat is goed, ik haal de afspraak uit het systeem. | Wilt u de afspraak verzetten of helemaal afzeggen?
afzeggen
Kan dit ook telefonisch worden ___?
Czy można to również załatwić telefonicznie?
inizia ad imparare
Kan dit ook telefonisch worden afgehandeld?
Ja, daarvoor hoeft u niet langs te komen. | Nee, u moet daarvoor persoonlijk langskomen.
afgehandeld
Moet ik hiervoor persoonlijk ___?
Czy muszę w tej sprawie przyjść osobiście?
inizia ad imparare
Moet ik hiervoor persoonlijk langskomen?
Ja, dat is voor deze afspraak nodig. | Nee hoor, we kunnen het telefonisch regelen.
langskomen
Hoe laat kan ik het beste ___?
O której najlepiej mogę przyjść?
inizia ad imparare
Hoe laat kan ik het beste langskomen?
Rond half elf komt goed uit. | Morgen kan het pas na twee uur.
langskomen
Kunt u de afspraak per sms ___?
Czy może pan potwierdzić termin SMS-em?
inizia ad imparare
Kunt u de afspraak per sms bevestigen?
Ja hoor, dat doen we. | Nee, wij sturen bevestigingen alleen per mail.
bevestigen
Ik ben ongeveer tien minuten te ___.
Spóźnię się około dziesięć minut.
inizia ad imparare
Ik ben ongeveer tien minuten te laat.
Goed dat u het laat weten. Dat is geen probleem. | Dan lukt de afspraak helaas niet meer. We moeten een nieuwe plannen.
laat
Sorry, het loopt een beetje ___.
Przepraszam, trochę się przedłuża.
inizia ad imparare
Sorry, het loopt een beetje uit.
Geen probleem, ik wacht wel. | Ik kan niet langer wachten. Kunt u mij later bellen?
uit
U bent verbonden met de ___. Spreek uw bericht in na de piep.
Połączył się pan z pocztą głosową. Proszę zostawić wiadomość po sygnale.
inizia ad imparare
U bent verbonden met de voicemail. Spreek uw bericht in na de piep.
Hallo, met Bram. Wilt u mij terugbellen? U heeft mijn nummer. | Goedemiddag, met Eva. Ik probeer het morgen opnieuw.
voicemail
Kan ik een bericht ___?
Czy mogę zostawić wiadomość?
inizia ad imparare
Kan ik een bericht achterlaten?
Ja, natuurlijk. Wat zal ik doorgeven? | Nee, ik kan geen berichten aannemen. Kunt u later terugbellen?
achterlaten
Zal ik iets ___?
Czy mam coś przekazać?
inizia ad imparare
Zal ik iets doorgeven?
Ja, dat ik morgen terugbel. | Nee, dank u. Ik bel later zelf nog eens.
doorgeven
Wilt u vragen of hij me ___?
Czy może pan poprosić, żeby oddzwonił?
inizia ad imparare
Wilt u vragen of hij me terugbelt?
Ja, natuurlijk, ik geef het door. | Hij is deze week afwezig. Kunt u volgende week bellen?
terugbelt
Ik heb al drie keer gebeld, maar ik krijg niemand aan de ___.
Dzwoniłem już trzy razy, ale nie mogę się do nikogo dodzwonić.
inizia ad imparare
Ik heb al drie keer gebeld, maar ik krijg niemand aan de lijn.
Wat vervelend, ik probeer u meteen te helpen. | Die afdeling is vandaag niet bereikbaar. Probeer het morgen opnieuw.
lijn
Dank u wel voor het ___.
Dziękuję za oddzwonienie.
inizia ad imparare
Dank u wel voor het terugbellen.
Graag gedaan, fijn dat we elkaar nog even spreken. | Geen probleem, ik had net even tijd.
terugbellen
Heeft u verder nog ___?
Czy ma pan jeszcze jakieś pytania?
inizia ad imparare
Heeft u verder nog vragen?
Ja, ik wil nog iets vragen over de kosten. | Nee, dat was alles.
vragen
Ik houd u op de ___.
Będę pana informować na bieżąco.
inizia ad imparare
Ik houd u op de hoogte.
Dank u, dat is fijn. | Kunt u aangeven wanneer ik iets van u hoor?
hoogte
Fijn dat u even ___.
Dobrze, że pan zadzwonił.
inizia ad imparare
Fijn dat u even belde.
Graag gedaan, fijn dat het geregeld is. | Geen probleem, tot de volgende keer.
belde
Nog een fijne dag ___!
Miłego dalszego dnia!
inizia ad imparare
Nog een fijne dag verder!
Dank u wel, hetzelfde! | Bedankt, tot ziens!
verder

Devi essere accedere per pubblicare un commento.